Tao Te Tjing / Tao Te Ching ÔÇö w j─Özykach niderlandzkim i tureckim. Strona 2

Niderlandzko-turecka dwuj─Özyczna ksi─ů┼╝ka

Lao-Tse

Tao Te Tjing

Laozi

Tao Te Ching

51

51. TaoÔÇÖnun G─▒das─▒

Tao brengt ze voort en zijn deugd koestert ze;
stof geeft ze vorm;
omstandigheden en neigingen vervolmaken ze.
Daarom achten de tienduizend dingen Tao
en eren ze zijn deugd.
Zonder een rang te bekleden, wordt Tao geacht
en zijn deugd ge├źerd;
het gebeurt spontaan.
Voorwaar, Tao brengt ze voort en zijn deugd koestert ze.
Zij geven ze groei en ontwikkeling;
zij geven ze veiligheid en vrede;
zij voeden en beschermen ze.
Tao verbouwt ze, maar neemt er geen in bezit;
het kweekt ze, maar laat ze vrij groeien;
het leidt ze, maar heerst niet over ze.
Dit noemt men de diepe en ondoorgrondelijke deugd van Tao.

T├╝m maddiyat mutlak olan
ilkeden ortaya ├ž─▒kar.
O ilke ki do─čan─▒n yoludur.
Her canl─▒y─▒ var olu┼č olu┼čturur
ve ├ževresi ┼čekillendirir.
Erdemle g├╝zelce beslenirse b├╝y├╝r,
yokluktan varl─▒─ča do─čru.
Do─čadaki her ┼čey TaoÔÇÖyu sayar,
onun erdemine itibar eder,
yine de TaoÔÇÖnun beklentisi yoktur,
itibar ya da sayg─▒dan yana.
Do─čan─▒n yolunun erdemi
her ┼čeyin ondan do─čmu┼č olmas─▒nda;
her ┼čeyi onun besleyip onun rahat ettirmesindedir.
Onlar─▒ zarardan esirgeyerek
geli┼čtirir, korur ve onlara ├Âzen g├Âsterir.
Tao yarat─▒r; ama sayg─▒nl─▒k istemez
ve yol g├Âsterir; ama kar─▒┼čmaz.

52

52. ├ľze D├Ânmek

Er was een begin aller dingen,
dat wij de moeder aller dingen kunnen noemen.
En wie de moeder heeft gevonden en zo haar kinderen begrijpt,
en door haar kinderen te begrijpen, aan de moeder vasthoudt,
zal zonder gevaar zijn, zijn leven lang.
Sluit de toegangen, sluit de mond,
en er zal in je leven moeiteloos vrede tot het einde heersen.
Open de toegangen, bemoei je met de dingen,
en tot het einde van je leven zal er geen verlossing zijn.
Het kleine te zien is de ware verlichting;
bij het zwakke te blijven is de ware kracht.
Gebruik dit licht om tot de verlichting te keren,
en je zal van alle gevaren behouden blijven.
Dit noemt men het eeuwige te volgen.

TaoÔÇÖnun erdemi kendi do─čal yolunu y├Ânetir.
Nitekim, her kim onunla bir olursa,
ya┼čayan her ┼čeyle bir,
├Âl├╝m korkusundan da ar─▒k olur.
B├Âb├╝rlenmek ve oraya buraya ko┼ču┼čturmak,
huzur dolu ya┼čam─▒n zevkini yok eder.
Ya┼čam─▒n arzusunun olmad─▒─č─▒n─▒ bilen i├žin,
arzu sahibi olmay─▒p b├Âb├╝rlenmeyi
gereksinmeyen i├žin ya┼čam, ├žok daha tatminkard─▒r.
├ľnemsiz ve k├╝├ž├╝─č├╝ g├Ârmeyi ├Â─čren,
bilgelikle yeti┼č ve i├ž d├╝nyan─▒ geli┼čtir ki
onda gerileme olmaz, sava┼čmaya ├žal─▒┼čma ki
zarardan korunas─▒n.

53

53. Kan─▒t

Zou ik maar weinig verstand hebben,
dan zou ik ook vrezen te verdwalen
bij het volgen van een brede weg,
want brede wegen hebben weinig kenmerken.
Daarom verkiezen de mensen de zijwegen,
de tuinen indrukwekkend,
terwijl de landerijen verwaarloosd,
de voorraadschuren te leeg zijn.
Er worden opvallende kleren gedragen,
scherpe wapens ook,
eten en drinken onmatig genuttigd,
rijkdom en schatten vergaard.
Dit is diefstal en verkwisting.
Voorwaar, dit is niet volgens Tao.

Nefsin TaoÔÇÖyu b─▒rakmak istedi─činde,
onu akl─▒ndan ├ž─▒kar, TaoÔÇÖya devam et.
Mahkemeler s├╝sle doldu─čunda,
tarlalar yabani otla dolar,
tah─▒l ambarlar─▒ ise bo┼čal─▒r.
Ne yan─▒nda k─▒l─▒├ž ta┼č─▒mak
ne ├žok s├╝slenmek ne de tok iken hala
yiyip i├žmek do─čan─▒n yoludur.
Kullanabilece─činden ├žo─čuna sahip olan kimse
onu iyi kullanabilecek olan─▒ ondan
mahrum etmektedir.

54

54. ─░├ž D├╝nyay─▒ ─░┼člemek

Wat goed in Tao geworteld is,
kan niet van Tao ontworteld worden.
Wat goed aan Tao vasthoudt,
kan niet van Tao gescheiden worden,
en van geslacht op geslacht zullen de
voorvaderlijke offerdiensten zich vanzelf opvolgen.
Wanneer je de deugd in jezelf ontwikkelt,
wordt het een waarachtige deugd;
wanneer je de deugd in de familie ontwikkelt,
wordt het een overvloedige deugd;
wanneer je de deugd in de gemeenschap ontwikkelt,
wordt het een duurzame deugd;
wanneer je de deugd in het land ontwikkelt,
wordt het een omvangrijke deugd;
wanneer je de deugd in het rijk ontwikkelt,
wordt het een universele deugd.
Zie daarom de persoon als persoon;
zie de familie als familie;
zie de gemeenschap als gemeenschap;
zie het land als land;
zie het rijk als rijk.

K├Âk├╝ s─▒k─▒ olan kolayca yerden s├Âk├╝lmez;
t─▒pk─▒ s─▒k─▒ca kavranan─▒n,
elden kolayca kaymamas─▒ gibi.
E─čer ki┼či onu i├žinde i┼člerse,
TaoÔÇÖnun erdemi ger├žek olur.
Ailece sevilirse yay─▒l─▒r;
t├╝m k├Âyde sevilirse b├╝y├╝r
ve bir ulus severse bereketli olur.
Evrensel olarak ger├žek oldu─čunda,
erdem t├╝m insanlarda olur.
Her nesne Tao nazar─▒nda birer k├╝├ž├╝k evrendir;
d├╝nya k├óinat─▒n k├╝├ž├╝k evreni,
ulus d├╝nyan─▒n k├╝├ž├╝k evreni,
k├Ây ulusun k├╝├ž├╝k evreni;
aile k├Ây├╝n k├╝├ž├╝k evreni
ve bedeni ki┼činin ailesinin k├╝├ž├╝k evrenidir,
tek bir h├╝cresinden galaksiye kadar.

55

55. Gizemli Erdem

Hoe weet ik, dat het in de wereld zo vergaat?
Aldus:
Wie veel deugd bezit, is gelijk een kind.
Giftige insecten zullen hem niet bijten;
wilde beesten zullen hem niet grijpen;
roofvogels zullen hem niet aanvallen.
Zijn botten zijn zwak, zijn spieren zacht,
maar zijn greep is vast.
Van het samengaan van man en vrouw weet hij nog niets,
toch staat zijn lid en duidt op het beginsel
in al zijn tegenwoordigheid.
Hij kan een dag lang wenen zonder schor te worden;
zijn evenwicht is volmaakt.
En het evenwicht te kennen, is met het eeuwige overeen te komen;
met het eeuwige overeen te komen, is verlichting.
Maar de volgroeiing te dwingen, voorspelt niets goeds,
want ongeremde gedachten leiden tot geweld,
en wanneer de dingen hun hoogtepunt bereiken,
treedt hun verval in.
Dit is tegen Tao;
wat tegen Tao is, sterft uit.

Erdemli ki┼či yeni do─čmu┼č bir ├žocuk gibidir,
do─čan─▒n yolunda olup TaoÔÇÖnun yolundan
dem vuranlar─▒n yapaca─č─▒ sald─▒r─▒lar
ona dokunmaz.
Yeni do─čmu┼č ├žocu─čun kemikleri yumu┼čakt─▒r,
kaslar─▒ b├╝k├╝lgendir; ama kavray─▒┼č─▒ sa─člamd─▒r.
Yarat─▒c─▒l─▒k ve yenilik├žilikten do─čdu─čunu
bilmese de o bir b├╝t├╝nd├╝r.
Do─čan─▒n yolu ├žocu─čun i├žindedir,
onun i├žin t├╝m g├╝n ba─č─▒rsa bile,
ne sesi k─▒s─▒l─▒r ne bo─čaz─▒ kurur.
Kal─▒c─▒l─▒ktan uyum do─čar,
uyumdan da ayd─▒nlanma.
Oradan oraya ko┼ču┼čturmak bilgece de─čildir.
Solu─ču tutmak bedeni gerer;
├žok enerji sarf ederse
ki┼či t├╝kenir;
├ž├╝nk├╝ bu do─čal olan yol de─čildir.
TaoÔÇÖya ters d├╝┼čen
do─čal y─▒llar─▒n─▒ ya┼čamaz.

56

56. Erdemli Pasiflik

Hij die spreekt, weet niet;
hij die weet, spreekt niet.
Hij sluit de toegangen; hij sluit de mond.
Hij stompt af zijn scherpte en ontwart de strikken;
hij dooft zijn licht en wordt ├ę├ęn met het stof van de wereld.
Dit noemt men de diepe eenwording.
Daarom is het onmogelijk vertrouwelijk met hem te zijn,
dicht tot hem te komen, onverschillig over hem te zijn, veraf van hem te gaan;
daarom is het onmogelijk hem te bevoordelen,
onmogelijk hem te benadelen, onmogelijk hem te eren,
onmogelijk hem te beschamen.
Daarom wordt hij hooggeacht door de wereld.

Do─čal yolu bilenlerin
b├Âb├╝rlenmeye ihtiyac─▒ yoktur,
sadece ├žok az bilenler
s─▒k├ža duyulurken;
(b├Âylece) bilge ki┼či ├žok az s├Âyler,
o da e─čer bir ┼čey s├Âylerse.
Bir uyar─▒c─▒ talep etmedi─činden
keskinli─čini iyi yumu┼čat─▒r,
karma┼č─▒─č─▒ basite indirger,
p─▒r─▒lt─▒s─▒n─▒ s├Ân├╝k g├Âr├╝necek ┼čekilde saklar,
tozu yat─▒┼čt─▒r─▒r,
t├╝m do─čal ┼čeylerle birlik halinde iken.
Ayd─▒nlanmaya ula┼čm─▒┼č ki┼či
(bunu yapmak i├žin ├žabalamadan)
arkada┼č edinmekle ilgilenmez,
ne de d├╝┼čman kazanmakla;
iyi ya da k├Ât├╝ ile, ├Âvg├╝ ya da su├žlama ile.
Bu t├╝r bir tarafs─▒zl─▒k insan─▒n en ├╝st halidir.
bu b├Âl├╝m i├žin (bkz: zen); (bkz: zen Budizm).

57

57. Sadele┼čtirme

Regeer de staat met voorbeeldigheid;
een leger wordt met bijzondere bevelen ingezet,
maar het rijk wordt beheerd door niet handelen.
Hoe weet ik dat het zo moet?
Aldus:
Hoe meer verboden en censuur er in de wereld zijn,
hoe armer de mensen worden;
hoe meer scherpe wapens de mensen bezitten,
hoe onrustiger wordt de staat;
hoe meer sluwheid en vernuft de mens ontwikkelt,
hoe meer vergrijpen hij begaat;
hoe meer wetten en regels worden opgelegd,
hoe meer dieven en vandalen ontstaan.
Daarom zegt de wijze:
Ik treed niet op en de mensen veranderen uit zichzelf;
Ik behoud mijn stilte en de mensen vinden
uit zichzelf de juiste weg;
ik handel door niet-handelen en de mensen
worden uit zichzelf welvarend;
ik koester geen begeerten en de mensen
worden uit zichzelf als ongesneden hout.

─░nsanlar do─čal adalet ile y├Ânetilmeli,
sava┼č a├ž─▒lacaksa strateji ve taktikler kullan─▒lmal─▒d─▒r.
Kendini bilmek i├žin, ki┼či kurnazca
hareket etmemelidir.
Yasa ve yasaklar─▒n say─▒s─▒ ne kadar ├žoksa,
orada ya┼čayan insanlar o derece yoksuldur.
├çarp─▒┼čma ve sava┼čta silahlar ne kadar keskinse,
├╝lkeyi ku┼čatan sorunlar o derece b├╝y├╝kt├╝r.
─░nsanlar ne kadar kurnazca y├Ânetilirlerse
o kadar tuhaf ┼čeyler olur ├╝lkede.
Kurallar ve d├╝zenlemeler ne kadar sertse,
h─▒rs─▒zl─▒k yapacaklar─▒n say─▒s─▒ o kadar y├╝ksek olur.
Bu sebeple bilge ki┼či ├žabalamaz
reform yapaca─č─▒m diye;
ama insanlara zihnin bar─▒┼č─▒n─▒ ├Â─čretir,
hayatlar─▒ndan zevk almalar─▒n─▒ sa─člamak i├žin.
─░htiraslar─▒ olmad─▒─č─▒ndan o ne yaparsa do─čald─▒r.
Kendine yeterlilik ├Â─čretti─činden
onu takip eden insanlar
g├╝zel ve sade bir hayata d├Ânerler.
nb: O devirlerde demokrasi ad─▒ verilen garip
pop├╝list y├Ânetim yerine bir t├╝r krall─▒k varm─▒┼č; biraz
da y├Âneticiyi e─čitmek i├žin yaz─▒lm─▒┼č metnin hem
tamam─▒ hem de bu b├Âl├╝m├╝.

58

58. Ko┼čullara G├Âre D├Ân├╝┼č├╝mler

Wanneer de heerser laks en onverschillig is,
zullen de mensen tevreden en welwillend zijn;
wanneer de heerser ijverig en precies is,
zullen de mensen teleurgesteld en twistziek worden.
Want ongeluk is waar geluk op berust
en in geluk schuilt ongeluk.
Komt hier geen einde aan?
Is er geen voobeeldigheid?
Dan zullen de deugdzamen wederom verdorven raken,
de goeden wederom verslechten.
De mensen zijn allang op dit dwaalspoor.
Daarom is de wijze puntig als een vierkant,
maar doorboort hij niet;
scherp als een mes, maar snijdt hij niet;
recht als een strak koord, maar meet hij niet;
schitterend als licht, maar verblindt hij niet.

Y├Âneticinin eli hafif oldu─čunda,
insanlar didinmez;
fakat ├╝lke kat─▒ y├Ânetildi─či zaman,
insanlar hilekarl─▒kla b├╝y├╝r.
Bilge ki┼činin hareketleri keskindir;
ama hi├žbir zaman kesici de─čildir.
Sivridirler; ama hi├žbir zaman delici de─čil.
Do─črudand─▒rlar; ama zorlamas─▒z
ve kontrols├╝z de─čildirler.
Parlakt─▒rlar; ama k├Âr etmezler.
Budur bilge ki┼činin eylemi;
├ž├╝nk├╝ o bilir ki
nerede mutluluk varsa,
orada sefalet ve ─▒zd─▒rap da vard─▒r;
nerede bulunursa d├╝r├╝stl├╝k,
orada sahtek├órl─▒k i├žin f─▒rsat vard─▒r
ve insanlar aldat─▒labilirler.
Bilge ki┼či bilir ki hi├ž kimse ├Ânceden s├Âyleyemez
┼ču an gelece─čin ne saklad─▒─č─▒n─▒.

59

59. TaoÔÇÖyu Korumak

Om over de mensen te heersen en de Hemel te dienen,
moet je matig zijn;
alleen als men matig is, kan men zich gauw herstellen.
Zich gauw herstellen betekent veel deugd te vergaren,
en wie veel deugd vergaart heeft, kan alles overwinnen.
Wie alles overwinnen kan, vergaart ongekende vermogens,
en wie ongekende vermogens bezit, is in staat het rijk te regeren.
Wie het Tao van het rijk begrijpt, zal het lang behouden,
want zijn wortels gaan diep en zijn stengels zijn krachtig,
en dit duidt op een langdurig bestaan en altijddurende gaven.

Kendini ilerletme kayg─▒s─▒ yerine
kendine hâkim olma kaygısıyla hareket ederek
├Ânderlik etmek ve i├žtenlikle
ba┼čkalar─▒yla ilgilenmek m├╝mk├╝nd├╝r.
Bu, erdemle hareket ederek ve
eksik bir i┼č b─▒rakmayarak olur.
K├Âk├╝ a├ž─▒k g├Âr├╝┼čl├╝l├╝─če dayanan erdemli ve
sa─člam bir temel iyi ├Ânderli─čin ve hem uzun
hem de g├╝├žl├╝ ya┼čaman─▒n ├Ân ┼čart─▒d─▒r.
Erdemi s─▒n─▒r bilmeyen ki┼či
├Ânderli─če en uygun oland─▒r.
T─▒pk─▒ kabuk, a─čac─▒n─▒ korudu─ču gibi
dal─▒n├ž─▒ hayat─▒nda uygulamas─▒ sayesinde
onun k├Âkleri derinde ve hayat─▒ korumadad─▒r.

60

60. Y├Ânetmek

Men moet een groot rijk regeren zoals je een klein visje bakt;
wanneer men het rijk volgens Tao regeert,
zullen de geesten hun bovennatuurlijke macht kwijtraken.
Niet dat ze hun geestelijke kracht gaan verliezen,
maar ze zullen de mensen niet langer bejegenen;
ze zullen de mensen niet langer bejegenen
en dan zal de wijze hen niet bejegenen.
Wanneer ze elkaar niet langer bejegenen,
dan zullen ze beiden deugd vergaren,
dat ten goede van allen komt.

Bir ├╝lkeyi y├Ânetmek i├žin en
k├╝├ž├╝k bal─▒─č─▒ k─▒zart─▒rm─▒┼č├žas─▒na
itinayla hareket etmek gerekir.
E─čer eylemler do─čal yoldan yakla┼č─▒r
ve ger├žekle┼čirse k├Ât├╝l├╝─č├╝n g├╝c├╝ azal─▒r.
B├Âylelikle hem y├Âneten hem y├Ânetilen
e┼čit derecede korunur.
Birinin erdemi ├Âb├╝r├╝n├╝ tazeleyece─činden
birbirleri i├žin zararl─▒ ┼čeyler d├╝┼č├╝nmeyeceklerdir.

61

61. Al├žakg├Ân├╝ll├╝l├╝k

Een groot rijk is gelijk een riviermonding in de laagte,
waar de wereld uit alle richtingen naar
het ontvangende van de wereld toe neerstroomt;
het ontvangende plaatst zich onder en door niet-handelen
wint het altijd van het gevende.
Aldus kan een grote staat een kleine aan zich binden
door zich onder te plaatsen,
en kan een kleine staat een grote aan zich binden
door zich onder te plaatsen;
sommige binden de ander aan zich
door zich onder te plaatsen;
sommige binden de ander aan zich,
omdat ze zich onder bevinden.
Een grote staat wil andere aan zich hechten
en een kleine staat wil andere dienen.
Opdat beide krijgen wat ze willen,
moet de grote staat zich onder plaatsen.

T─▒pk─▒ zengin ve bay─▒nd─▒r toprak gibi b├╝y├╝k
bir ├╝lke de kabul edici ve sakindir.
─░ncelik sahibi ki┼či sakinli─či ve ona y├Âneleni
kabul etmesi sayesinde
g├╝├žl├╝n├╝n ├╝stesinden gelir.
Bir ├╝lke ba┼čka bir ├╝lkeyi
di─čer ├╝lkeye yol vererek yenebilir.
K├╝├ž├╝k bir ├╝lke b├╝y├╝─če teslim olup
silahs─▒zken bile onu yenebilir.
Yenenin murad─▒ teslimiyet olmal─▒;
ancak teslimiyetle kar┼č─▒ taraf─▒n ├╝stesinden gelinir.
Bay─▒nd─▒r bir ulus kaynaklar─▒n─▒ tam olarak
kullanmak i├žin daha kalabal─▒k olmaya
ihtiya├ž duyabilirken b├Âylesi do─čal serveti
olmayan ├╝lke halk─▒n─▒n gereksinimlerini
kar┼č─▒lamaya ihtiya├ž duyabilir.
Birlik i├žinde hareket ederek her ikisi de
ihtiya├žlar─▒na kavu┼čabilir.

62

62. Hazineyi Payla┼čmak

Tao is in de wereld gelijk de kamer op het zuidwesten,
de schatkist van de goeden, een vluchtoord voor de slechten,
want goede woorden brengen je eer en goede daden achting,
en zelfs wanneer de mens slecht is, zal Tao hem toegang bieden.
Daarom is het beter om bij de kroning van een koning,
of de be├źediging van de drie ministers,
te knielen en dit Tao aan te bieden,
dan veel jade getrokken door spannen van vier paarden.
Waarom werd dit Tao hooggeacht door de wijzen van weleer?
Zegden ze niet, dat wie Tao zoekt het zal het vinden,
wie in Tao zijn toevlucht zoekt, verlost zal worden?
Daarom wordt Tao hooggeacht door de wereld.

Her ┼čeyin kayna─č─▒ TaoÔÇÖdad─▒r.
O iyi i├žin bir hazine,
muhta├žlar i├žin bir s─▒─č─▒nakt─▒r.
Unvan─▒ ├Âvg├╝yle sat─▒n almak m├╝mk├╝nse de
sayg─▒nl─▒k iyi i┼č ba┼čararak kazan─▒l─▒r.
TaoÔÇÖyu bulmam─▒┼č diye hi├ž kimseden
umudu kesmemek gerekir.
Arma─čanlar g├Ânderilen kutlu g├╝nlerde
k─▒srak ya da elmas yerine
TaoÔÇÖnun ├Â─čretisini g├Ânderin.
Do─čan─▒n yolunu ilk ke┼čfetti─čimizde
biz, kabahatlerimizin ge├žmi┼čte yani
ait olduklar─▒ yerde kald─▒klar─▒n─▒ ├Â─črendi─čimiz
i├žin mutlu bir hazine buldu─čumuzun
fark─▒na vard─▒─č─▒m─▒z i├žin ise ├žok mutluyuz.

63

63. Ba┼člamak ve Tamamlamak

Handel door niet-handelen;
doe door niet-doen, ervaar door niet-ervaren;
groot of klein, veel of weinig, betaal aanstoot met deugd.
Bereid je voor op het zware wanneer het nog licht is;
werk aan het grote wanneer het nog klein is.
Zware ondernemingen beginnen licht;
grote ondernemingen beginnen klein.
Daarom streeft de wijze niet naar het grote
en bereikt hij zo het grote.
Wie makkelijk toezegt, krijgt geen vertrouwen;
wie de dingen als makkelijk ziet, krijgt moeilijkheden.
De wijze ziet de dingen als moeilijk
en daarom krijgt hij geen moeilijkheden.

Tasarlamadan hareket et;
do─čal bir ┼čekilde ├žal─▒┼č ve tats─▒z─▒n tad─▒n─▒ al.
K├╝├ž├╝─č├╝ b├╝y├╝t; az─▒ ├žok k─▒l ve
ac─▒y─▒ itinayla ├Âd├╝llendir.
Karma┼č─▒ktaki basiti ara ve
k├╝├ž├╝k nesnelerde b├╝y├╝kl├╝─če er.
Zor i┼člerin bile kolayl─▒kla yap─▒lmas─▒
ve b├╝y├╝k eylemlerin k├╝├ž├╝k i┼člerden olu┼čmas─▒
do─čan─▒n yoludur.
Bilge ki┼či b├╝y├╝kl├╝─če, k├╝├ž├╝k i┼čler
misliyle katlan─▒nca erer.
Kolayca verilen s├Âzler en kolayca d├Ân├╝lenlerdir
ve yeterince itinal─▒ hareket etmemek
ard─▒ndan felaket gelmesine yol a├žar.
Bilge ki┼či sorunlarla, ortaya ├ž─▒kt─▒klar─▒ gibi y├╝zle┼čir;
bu sayede sorunlar ona s─▒k─▒nt─▒ olmaz.

64

64. Gizemden Ayr─▒lmamak

Wat stil staat, kun je makkelijk vasthouden;
wat niet is, kun je makkelijk v├│├│r zijn;
wat bros is, kun je makkelijk breken;
wat nietig is, kun je makkelijk verdrijven.
Benader de dingen nog voor hun onstaan;
zet de dingen recht nog voor dat ze in wanorde raken.
Een boom zo groot als een mans omarming,
is van een scheut omhooggegroeid;
een toren van negen verdiepingen begint met een klomp klei;
een reis van driehonderd mijlen begint waar je staat.
Wie handelt faalt; wie grijpt verliest.
Daarom handelt de wijze niet, en faalt hij niet,
grijpt hij niet, en verliest hij niet.
De mensen falen vaak wanneer ze bijna slagen;
wanneer je tegen het einde zo voorzichtig blijft
als je in den beginne was, zal je niet falen.
Daarom begeert de wijze geen begeerten,
begeert hij geen begeerlijkheden.
Hij leert geen geleerdheden, maar keert terug
naar wat de mensen vergeten zijn.
Hij kweekt de dingen zoals ze zijn
en handelt door niet-handelen.

Sorunlar ortaya ├ž─▒kmadan ├Ânce
kabul edilip ele al─▒n─▒rsa
daha ba┼člamadan karga┼čan─▒n ├Ân├╝ne ge├žilebilir,
o sayede huzur korunabilir.
K─▒r─▒lgan─▒ incitmek kolayd─▒r,
k├╝├ž├╝─č├╝ sa├žmak da.
Koca a─ča├žlar en k├╝├ž├╝k budaklardan biter;
sekili bir bah├že bir k├╝p topraktan ├ž─▒kar
ve u├žsuz bucaks─▒z yolculuklar
ilk ad─▒m─▒ atmakla ba┼člar.
Yapacaklar─▒n─▒ kafas─▒nda kuran, kendi amac─▒n─▒
yok eder.
Bir ┼čeye sar─▒lan, onu yitirmeye mahk├╗mdur.
Bilge ki┼či kafas─▒nda yenmeyi kurmaz ki
yenilsin,
bir ┼čeye sar─▒lmaz ki
yitirsin.
Bitirmek ├╝zereyken bozgun kolayd─▒r,
onun i├žin sadece ba┼člang─▒├žta de─čil,
sonuna kadar itinay─▒ elden b─▒rakma.
Bilge ki┼či fikirlere sar─▒lman─▒n de─čil
arzular─▒nda ├Âzg├╝r olman─▒n pe┼čindedir.
Bilge ki┼či kaybolanlar─▒ geri getirir
ve TaoÔÇÖyu bulmalar─▒na yard─▒m eder.

65

65. Erdemli Y├Ânetim

Degenen die zich aan Tao hielden in tijden van weleer
onderwezen de mensen niet, maar hielden hen ongeletterd,
want teveel geleerdheid maakt de mensen moeilijk te regeren.
Degene die de staat regeert met het geven van geleerdheid,
besteelt haar;
degene die de staat regeert zonder het geven van geleerdheid,
is voor haar een zegen.
Wie dit inziet, kent ook het voorbeeld,
en het voorbeeld voor ogen te houden,
noemt men de wonderlijke deugd.
De deugd wordt diep en verreikend,
en de dingen keren terug naar hun oorspronkelijke staat,
en hervinden hun zuiver evenwicht.

Zorla ├Â─čretmenin
TaoÔÇÖya ters oldu─čunu bildikleri i├žin
ilk bilgeler TaoÔÇÖnun yolunu
├Â─čretmeyi tasarlamad─▒lar.
Devletin ├Ân├╝nde iki yol vard─▒r:
─░lki saman alt─▒ndan su y├╝r├╝ten kurnaz olup
halk─▒ aldatmay─▒ tasarlamakt─▒r.
B├Âyle y├Ânetilirse,
halk kurnazla┼č─▒r
ve y├Âneteni aldatmay─▒ tasarlar.
├ťlkeyi y├Ânetmenin ikinci yolu,
├Âyle i├žten pazarl─▒kl─▒ olmadan y├Ânetmektir.
Erdemle y├Ânetildikleri i├žin
b├Âyle y├Ânetilenler ger├žekten mutlu olur,
erdemli y├Ânetim herkese kar┼č─▒ adildir
ve b├Âylece birli─či sa─člar.

66

66. Arkadan ├ľnderlik Etmek

De grote rivieren en zee├źn
zijn de koningen van alle bergstromen,
omdat ze welbedacht onder blijven;
daarom zijn ze de koningen.
Daarom, om boven de mensen te staan,
moet je in woorden minder zijn;
om de mensen voor te gaan,
moet je in daden achterblijven.
De wijze bevindt zich boven,
maar de mensen voelen zijn gewicht niet;
hij loopt voor,
maar de mensen treden hem niet op de hielen;
de wereld zingt hem lof toe
zonder er moe van te worden.
Het is omdat hij niet wedijvert,
dat niemand het tegen hem opneemt.

Irma─č─▒n ve ak─▒nt─▒n─▒n h├ókimi denizdir;
├ž├╝nk├╝ hepsinden al├žaktad─▒r.
├ľ─čretmenin ├Â─črencilerine yol g├Âstermesinin
en iyi yolu
├Ânde gitmelerine izin vermektir.
Y├Âneten bir bilge oldu─čunda halk
bask─▒ hissetmez;
kendilerini iyi y├Âneteni destekler
ve ondan hi├ž b─▒kmazlar.
Kendisine rakip ├ž─▒kacak diye korkan
kimsenin rekabetine kar┼č─▒ koyamaz.

67

67. ├ť├ž K─▒ymetli ├ľzellik

De hele wereld zegt, dat mijn Tao
wel erg groot en onvoorstelbaar is.
Het is omdat het zo groot is,
dat het onvoorstelbaar is.
Als wij het ons zouden kunnen voorstellen,
zou het allang iets kleins zijn.
Drie schatten heb ik; behoed en bewaar ze.
De eerste is mededogen,
de tweede is matigheid
en de derde is niet op de wereld vooruit te lopen.
Mededogen maakt je waarlijk moedig;
matigheid maakt je waarlijk vrijgevig,
en doordat je niet op de wereld vooruitloopt,
ben je in staat haar te leiden.
Maar zonder mededogen moedig te zijn,
zonder matigheid vrijgevig,
de voornaamste te willen zijn zonder te kunnen volgen,
voorwaar, deze dingen zijn dodelijk.
Het is mededogen, dat je in de aanval doet overwinnen
en onoverwinnelijk maakt in de verdediging;
wanneer de Hemel een mens wil redden,
zal hij hem met mededogen wapenen.

Do─čan─▒n yolundan gidenler
├╝├ž ├Âzellikleriyle ba┼čkalar─▒ndan ayr─▒l─▒rlar:
├çok merhametlidirler, ├žok tutumludurlar
ve kimseyle yar─▒┼čmayacak kadar yi─čittirler.
Yi─čitlikten merhamet do─čar;
tutumluluktan ise c├Âmertlik;
al├žakg├Ân├╝ll├╝l├╝k arkadan ├Ânderlik etme iste─či
do─čurur.
Merhametten uzak durup
sadece kahramanl─▒─č─▒ ├Âvmek,
tutumlu olmay─▒p bencillik etmek
hastalar─▒n i┼čidir.
Al├žakg├Ân├╝ll├╝l├╝k bilmeyip
hep birinci olmaya ├žal─▒┼čanlar hastad─▒r.
Ger├žek kahramanl─▒k ve
├žok g├╝├žl├╝ savunma sadece
merhamet sahiplerinde g├Âr├╝lebilir.
─░nsanl─▒─č─▒ koruyup esirgemenin
yolu merhametten ge├žer;
├ž├╝nk├╝ yaradan yenilgi y├╝z├╝ g├Âstermeyeceklerini
merhamet silah─▒yla donat─▒r.

68

68. ─░htirass─▒zl─▒k

Een goed aanvoerder houdt gelijke tred
met zijn troepen;
een goed krijger toont geen gevoelens;
een goed veroveraar onderhandelt niet.
Een goed gebruiker van mensen echter,
plaatst zich onder hen;
dit noemt men de deugd van niet-streven,
de kracht om mensen in te zetten;
dit noem men de Hemel te evenaren,
het hoogste beginsel van weleer.

Yararl─▒ bir sava┼č├ž─▒
ne hi├ž yoktan k─▒zg─▒nl─▒kla
ne de ├Âld├╝rme arzusuyla hareket eder.
Yenen kinci olmamal─▒d─▒r.
Efendilik tevazu ister.
E─čer bar─▒┼č ve birlik diliyorsak
has─▒mlar─▒m─▒za yakla┼č─▒m─▒m─▒z
├╝st├╝nl├╝k arzusundan ar─▒nm─▒┼č olmal─▒
ve ├žeki┼čme olmadan uygulanmal─▒d─▒r.

69

69. Gizemli TaoÔÇÖnun Kullan─▒l─▒┼č─▒

De strategen zeggen dat je moet aanvallen
wanneer je je niet kan verdedigen,
en een meter terugvallen wanneer je geen
centimeter vooruit kan.
Dit betekent zonder formatie te bewegen,
verborgen wapens te hanteren,
de armen ongemerkt te strekken
en van onverwachte zijde aan te vallen.
Er is geen grotere ramp, dan de vijand te onderschatten;
door de vijand te onderschatten,
kan ik mijn schatten verliezen.
Daarom, wanneer legers gevormd worden
en de bedreigingen beginnen, zal degene,
die reeds bij deze ontwikkelingen terugvalt,
in de strijd zegevieren.

Tart─▒┼čmalar kavgac─▒l─▒k yapmak yerine
beklemeyi bilerek
├╝st├╝ne gitmek yerine geri ├žekilerek kazan─▒labilir.
B├╝y├╝k sava┼člar k─▒p─▒rdad─▒─č─▒n─▒
belli etmeden ve gizledi─či g├╝c├╝n├╝
koruyarak hareket etmek,
sald─▒rmadan ele ge├žirmek,
silahtan ba┼čka ┼čeyler ku┼čanmak
sayesinde kazan─▒labilir.
Sava┼čt─▒klar─▒n─▒ k├╝├ž├╝k g├Ârme;
├ž├╝nk├╝ bu, en de─čerli varl─▒─č─▒n─▒
yitirmene yol a├žabilir.
Zay─▒f olan
bunu unutmadan sava┼č─▒rsa
her ┼čeye ra─čmen kazanabilir.

70

70. Gizli Kimlik

Mijn leer is makkelijk te begrijpen
en makkelijk in praktijk te brengen,
maar niemand begrijpt haar of brengt haar in praktijk.
Mijn leer heeft een oorsprong, mijn daden een meester.
Omdat de mensen dit niet begrijpen, begrijpen ze mij niet;
weinigen kennen me en dat bewijst mijn waarde.
Daarom draagt de wijze zijn jade onder een grove mantel.

Bilge ki┼činin s├Âyledi─či s├Âzler basit,
yapt─▒─č─▒ i┼čler kolay da olsa
kendine bilge diyenlerin s├Âz ve i┼čleri aras─▒nda
az─▒nl─▒k kal─▒r.
Bilgenin yolunu bulmak s─▒radan insan i├žin
zordur; ├ž├╝nk├╝ bilgenin s├Âzleri ezeli ge├žmi┼čten gelir.
Yapt─▒klar─▒ ise do─čal i┼člerdir.
Bilgenin yolunu bulanlar
az ve seyrektir;
ama bilgeye d├╝r├╝stl├╝kle davrananlar─▒
bilge ve Tao ├Âd├╝llendirir.
O ki┼či bilgenin ┼č─▒k g├Âr├╝nmedi─čini,
g├╝zel de─čil kaba giysiler giydi─čini bilir.
Bilgenin beklentisi insanlar─▒n
onun yolunu anlamas─▒ de─čildir;
├ž├╝nk├╝ bilgenin m├╝cevheri kalbinde sakl─▒d─▒r.

71

71. Hasta Olmamak

Te weten dat je niet weet, is het beste.
Te doen alsof je weet wanneer je niet weet, is een ziekte.
Wanneer je deze ziekte als een ziekte herkent,
zal je er vrij van zijn.
De wijze is vrij van deze ziekte;
omdat hij deze ziekte als een ziekte herkent,
is hij er vrij van.

Bilgisizli─čini bilmek ki┼čili─čin g├╝c├╝n├╝ g├Âsterir;
ama bilgeli─či bilmemek g├╝├žs├╝zl├╝─če delalettir.
Hastal─▒k hastas─▒ olmak da sa─čl─▒─ča alamettir.
Onun i├žindir ki bilge ki┼či giderek
hastal─▒k hastas─▒ olur
ta ki hastal─▒k hastas─▒ olmak onu hasta etsin,
i┼čte o zaman hastal─▒ktan kurtulur.

72

72. Kendini Sevmek

Wanneer de mensen het kwade niet vrezen,
zal een nog groter kwaad over hen heen komen.
Behuis ze niet te klein; onderdruk hen niet!
Het is enkel omdat je hen niet onderdrukt,
dat ze niet onderdrukt zijn!
Daarom geeft de wijze geen blijk van wat hij weet,
roemt hij niet over zijn waarde;
daarom doet hij het ene niet en wel het andere.

Bilge ki┼či hu┼ču ve isabetle hareket eder.
Ba┼čkalar─▒n─▒n evine ├žat kap─▒ gidip
onlar─▒ rahats─▒z etmez,
istenmedik├že bir i┼če kar─▒┼čmaz,
me─čerki ba┼čkalar─▒na zarar versinler,
i┼čte o zaman bilgeye ba┼čvurulur.
Bilge kendini bilse de
belli etmez.
Kendine sayg─▒s─▒ vard─▒r; ama kibri yoktur.
├ç├╝nk├╝ o, gereksinmedi─či ┼čeye
sahip olmama yetene─či geli┼čtirmi┼čtir.

73

73. Yeterlikle Hareket Etmek

Wie zich moedig waagt, wordt gedood;
wie zich moedig niet waagt, leeft voort.
Van de twee is soms het ene goed, soms het andere.
Wie weet waarom de Hemel niet mag wat hij niet mag.
Zelfs de wijze vindt dit een moeilijke vraag.
Maar weet, dat de Weg van de Hemel niet vecht en toch overwint,
niet beveelt en toch het juiste antwoord geeft,
niet gebiedt en toch gehoorzaamd wordt,
niet vreest en toch het juiste plan trekt.
Het net van de Hemel is waarlijk groot;
zijn mazen zijn groot en toch laat het niet niets door.

Tutkulu bir kahraman
ya ├Âld├╝r├╝r ya ├Âld├╝r├╝l├╝r;
ama hem cesur hem de sakin bir insan
kendi can─▒n─▒ da ba┼čkalar─▒n─▒nkini de koruyabilir.
Bir can─▒ koruman─▒n neden ye─č oldu─čunu
hi├ž kimse kesin bir ┼čekilde s├Âyleyemez.
Erdemin yolu gayretke┼člik tasarlamadan
hareket etmektir ki tasarlamad─▒─č─▒ halde
├╝st├╝n gelir.
Erdemin yolu nadir konu┼čur ve asla soru sormaz
ancak soru sorulmadan yan─▒t olarak verilir.
Onun her ihtiyac─▒ tamam edilir
ve o hep kolay gelir;
├ž├╝nk├╝ bu yol insan─▒n anlayamayaca─č─▒
kendi plan─▒n─▒ takip eder.
O a─č─▒n─▒ hem derin hem de geni┼č ├Ârer
ve geni┼č aral─▒kl─▒ oldu─ču halde, ge├žen her ┼čey
ona tak─▒l─▒r.

74

74. TaoÔÇÖyu Yerinden Etmek

De mensen vrezen niet de dood;
waarom hen dan met de dood bedreigen?
Zouden de mensen toch de dood vrezen
en zouden wij de kwaden grijpen om hen te doden,
wie zou zulks durven?
Er is een meesterbeul die doodt.
Om in zijn plaats de doden, is als hout te snijden
in de plaats van de meestertimmerman.
Wie hout gaat snijden in de plaats van de meestertimmerman,
snijdt zich vaak in de vingers.

─░nsanlar ├Âl├╝mden korkmaz olursa
├Âl├╝m tehdidinden de korkmaz olur.
├ťlkede erken ├Âl├╝m yayg─▒nla┼č─▒rsa
ve ├Âl├╝m ceza olarak da─č─▒t─▒l─▒rsa
insanlar─▒ kanunu ├ži─čnemekten korkmaz olur.
B├Âylesi bir ├╝lkede cell├ót olmak
tahtay─▒ kesmeye ├žal─▒┼č─▒rken
kendi elini kesen
beceriksiz bir marangoz olmaya benzer.

75

75. A├žg├Âzl├╝l├╝─č├╝n Can Yakmas─▒

De mensen verhongeren, omdat de heersers
teveel belastinggraan opeisen;
daarom verhongeren ze.
Ze zijn moeilijk te regeren, omdat de heersers
zich teveel met alles bemoeien;
daarom zijn ze moeilijk te regeren.
Ze vrezen de dood niet, omdat de heersers
teveel van het leven eisen;
daarom vrezen ze de dood niet.
Het zijn enkel degenen, die weinig van het leven eisen,
die het leven waardevol kunnen maken.

Vergiler ├žok a─č─▒r olursa
a├žl─▒k insanlar─▒ bitap d├╝┼č├╝r├╝r.
Y├Ânetenler ├žok m├╝dahaleci olurlarsa
halk asile┼čir.
Y├Ânetenler insanlar─▒n can─▒na ├žok kast ederse
canlar ├Ânemsenmeden al─▒n─▒r olur.
├ťlkedeki insanlar─▒n karn─▒ a├ž
canlar─▒ k─▒ymetsiz olursa
onlar da y├Ânetimi ala┼ča─č─▒ etmek i├žin
art─▒k kendi canlar─▒ndan ge├žerler.

76

76. G├╝c├╝ne G├╝venmenin Reddi

Wanneer de mens geboren wordt, is hij zacht en zwak;
dood is hij stijf en hard.
Alle dingen, het gras en de bomen,
zijn mals en soepel wanneer ze leven;
dood zijn ze droog en breekbaar.
Stijf en hard zijn de metgezellen van de dood,
zacht en zwak, die van het leven.
Daarom zal een leger dat sterk is, niet winnen,
een boom die hard is, geveld worden.
Het sterke en het grote zijn de mindere,
het zachte en het zwakke de meerdere.

─░nsanlar nazik ve uysal do─čar.
├ľld├╝─č├╝nde bedeni kat─▒ ve sert olur.
Canl─▒ bitkiler yumu┼čakt─▒r ve
hayat veren bitki ├Âz├╝yle doludur;
ama ├Âld├╝─č├╝nde solar ve kurur.
Yo─čunluk, sertlik ve kat─▒l─▒k
├Âl├╝m├╝n i┼čaretleridir, nezaket ve
e─čilebilirlik ise canl─▒l─▒─ča alamettir.
E─čilmek bilmeyen sava┼č├ž─▒
kendini ├Âl├╝me mahk├╗m eder ve
e─čilmeyi reddeden a─ča├ž kolayca k─▒r─▒l─▒r.
Onun i├žin sert ve yo─čun olan─▒n yenilmesi
yumu┼čak ve esnek olan─▒nsa yenmesi mukadderdir.

77

77. TaoÔÇÖnun Yolu

De Weg van de Hemel is als boogschieten:
wanneer je te hoog richt, moet je de armen laten zakken;
wanneer je te laag richt, moet je de armen hoger heffen;
wanneer je teveel kracht zet, moet je de kracht verminderen;
wanneer je te weinig kracht zet, moet je de kracht vermeerderen.
De Weg van de Hemel vermindert wat teveel is
en vermeerdert wat te weinig is.
De weg die de mensen volgen is een andere:
ze verminderen wat te weinig is,
om wat teveel is te vermeerderen.
Wie alleen heeft in overvloed
om aan de wereld weg te schenken?
Enkel de mens die Tao bezit,
want hij heeft geen behoefte
om zijn bekwaamheid te tonen.

Tao bir yay kadar esnektir;
y├╝ksektekini al├žalt─▒r, al├žaktakini y├╝kseltir.
O uzam─▒┼č teli k─▒salt─▒r, k─▒sa geleni de uzat─▒r.
─░htiyac─▒ndan ├žo─čuna sahip olandan al─▒p
ihtiya├ž sahiplerine da─č─▒tmak
TaoÔÇÖnun yoludur.
S─▒radan insan─▒n yolu TaoÔÇÖnunki de─čildir;
├ž├╝nk├╝ ├Âyleleri yoksuldan al─▒p
zengine verirler.
Bilge ki┼či hi├žbir ┼čeye sahip olmad─▒─č─▒n─▒ bilir,
onun i├žin i┼činde g├╝c├╝nde olup tan─▒nmaks─▒z─▒n
m├╝lk├╝n├╝ d├╝nyaya verir.
Bilge ├╝st├╝ne d├╝┼čeni b├Âyle yerine getirir;
bilgelikle ge├žinmeden,
kimseye g├Âstermeden bilgeli─činden verir.

78

78. ─░├žtenlik

Niets is zachter en zwakker dan water,
en toch is er niets, dat hard en sterk beter aankan;
het heeft geen gelijke.
De hele wereld weet
dat het zwakke het van het sterke wint
en het zachte het van het harde wint;
toch brengt niemand het in praktijk.
Daarom zegt de wijze,
dat wie 's lands ongenade op zich neemt,
haar heer is,
wie 's lands onheil op zich neemt,
de koning van het rijk wordt.

Hasm─▒na e─čilmekte su gibisi yoktur;
ona gelen kat─▒ ve g├╝├žl├╝yken bile
incelikte ve ak─▒┼čkanl─▒kta suyun dengi bulunmaz.
G├╝├žs├╝z g├╝├žl├╝y├╝
esnek de serti yenebilir.
Bu ├žok yayg─▒n bir bilgi oldu─ču halde
pek az─▒ bunu hayat─▒nda uygular.
Tezatm─▒┼č gibi g├Âr├╝nse de
insanlar─▒n a┼ča─č─▒lamalar─▒n─▒
kald─▒rabilen ki┼či
y├Ânetmeye uygundur.
├ľnderlik etmeye uygun olan da
├╝lkesinin felaketleriyle bizzat y├╝zle┼čendir.

79

79. Borcun ─░fas─▒

Vaak lijken oprechte woorden hun tegendeel;
wanneer je haat wil goedmaken, blijft er altijd haat achter;
dit kan nooit goed zijn.
Daarom houdt de wijze zich
aan het linkerdeel van een overeenkomst,
en beschuldigt de ander niet.
Deugdzame mensen waken over het linkerdeel
van een overeenkomst,
ondeugdzame mensen over de fouten van de ander.
Weet dat de Weg van de Hemel geen gunstelingen heeft;
hij is altijd bij de goeden.

├ťlke insanlar─▒ aras─▒nda
bor├žlar─▒n─▒ bilsinler diye anla┼čma ve
senetler yap─▒ld─▒─č─▒nda pek ├žo─čunun
├Âdevini ifa etmedi─či vakidir.
Bilge ki┼či ayn─▒s─▒n─▒ ba┼čkalar─▒ndan beklemedi─či halde
kendi ├Âdevlerinin ifas─▒n─▒ garanti eder,
onun erdemi budur.
Borcunu kendi yerine ba┼čkas─▒n─▒n
ifa etmesini isteyen ki┼či erdemsizdir.
Do─čan─▒n yolu b├Âyle hallerde
dayatmada bulunmaz; ama hep iyiden yana kal─▒r
ve onlar─▒n ├Âd├╝l├╝ olarak davran─▒r.

80

80. Tek Ba┼č─▒na Durmak

Moge het land klein blijven, met weinig mensen,
en zelfs als het een tienvoud of een
hondervoud aan gerei zou hebben,
dat het daar geen gebruik van maakt.
Mogen de mensen de dood ernstig opvatten
en niet ver van huis gaan.
Zelfs zouden er boten en wagens zijn,
dat ze die niet gebruiken;
zelfs zouden er harnassen en wapens zijn,
dat ze die niet tonen.
Mogen de mensen weer koorden knopen
en die in de plaats van schrift gebruiken.
Mogen ze van hun voedsel genieten,
hun kleding mooi maken,
tevreden met hun huizen zijn,
plezier beleven aan hun gebruiken.
En hoewel men de omliggende gemeenten ziet liggen
en men het kraaien van de hanen,
het blaffen van de honden kan horen,
mogen de mensen oud worden en sterven
zonder elkaar ooit te ontmoeten.

K├╝├ž├╝k bir ├╝lkenin pek ├žok makinesi olabilir;
ama halk─▒n i┼čine yaramayabilirler;
kullanmad─▒klar─▒ tekne ve binekleri olur;
z─▒rh ve silahlar─▒ g├Âsterilmez;
├ž├╝nk├╝ ├Âl├╝me ciddiyetle bakarlar.
Yazd─▒klar─▒ kadar d├╝─č├╝m atmazlar ve
evden ├žok uza─ča yolculuk etmezler.
Yedikleri yemekler sade ve iyidir,
giysileri de sade; evleri g├╝venlidir
s├╝rg├╝s├╝z demirsiz ve onlar kendi bildikleri gibi
ya┼čayarak mutludurlar.
Kom┼čular─▒n horoz ve k├Âpekleri
seslerini uza─ča yetiremeseler de
bu k├Âylerin insanlar─▒
├žok ya┼čay─▒p huzur i├žinde ├Âl├╝r.

81

81. Sadeli─či G├Âsteri┼č

Ware woorden zijn niet mooi;
mooie woorden zijn niet waar.
Een goed mens redetwist niet;
wie redetwist, is niet een goed mens.
Een wijs mens heeft weinig geleerdheid;
wie veel geleerdheid heeft, is niet een wijs mens.
De wijze vergaart niet voor zichzelf;
hoe meer hij voor anderen gebruikt,
hoe meer hij verkrijgt;
hoe meer hij aan anderen geeft,
hoe meer hij behoudt.
De Weg van de Hemel is anderen te begunstigen,
niet te schaden;
de weg van de wijze is te volbrengen
en niet te streven.

Ger├žek her zaman g├╝zel,
g├╝zel s├Âzler de her zaman ger├žek de─čildir.
Erdemli ki┼či
kendi i├žin tart─▒┼čmaya gerek g├Ârmez;
├ž├╝nk├╝ bilir ki tart─▒┼čmak yarars─▒zd─▒r.
Do─čan─▒n yolunu bilenler
kurnazl─▒klar─▒n─▒ geli┼čtirmezler.
Di─čer yandan kendi ya┼čam─▒n─▒
ve ba┼čkalar─▒n─▒nkini y├Ânetmek i├žin
kurnazl─▒─č─▒n─▒ kullananlar
ne TaoÔÇÖyu bilirler
ne do─čal mutlulu─ču.
Bilge ki┼či e┼čya ya da bilgiyi
saklamaya yer aramaz; ├ž├╝nk├╝ bilir ki
bunlar ne kadar az olursa kendisi daha ├žo─čuna
sahip olur
ve ne kadar ├žok verirse
bereketi o kadar artar.
Bilgenin yolu ince, keskincedir;
ama can yakmaz.
Bilgenin yolu
kurnazl─▒─ča ka├žmadan ├žal─▒┼čmakt─▒r.
─░┼čte b├╝t├╝n tasavvufi g├Âr├╝┼člerin ba┼člad─▒─č─▒ nokta bu kitapt─▒r.
─░stanbulÔÇÖda bu inanc─▒ ya┼čatmak as─▒l b├╝y├╝k ─▒st─▒rapt─▒r.